Voor wie fiscaal partner is van iemand die in het buitenland woont, is de aangifte inkomstenbelasting een oefening in subtiele uitzonderingen. Recente rechtspraak onderstreept hoe streng die uitzonderingen zijn: een man met een woning in Nederland en een partner die in Frankrijk woont krijgt slechts één keer het heffingsvrij vermogen in box 3. De verdubbeling die binnenlandse partners als vanzelfsprekend gebruiken, blijkt geen automatisme — ook niet via een beroep op het Unierecht. Met de aangiftedeadline van 1 mei in zicht is het een uitspraak met directe praktische gevolgen voor families met een internationale dimensie.

Wat speelt er?

De rechter boog zich over de vraag of een in Nederland woonachtige belastingplichtige, wiens fiscaal partner in Frankrijk woont, recht heeft op tweemaal het heffingsvrij vermogen van €59.357 — in totaal dus €118.714. De belastingplichtige stelde zich op het standpunt dat het onthouden van die verdubbeling in strijd is met het vrij verkeer van kapitaal en personen binnen de Europese Unie. Hij zou immers financieel nadeliger behandeld worden dan een vergelijkbaar echtpaar dat beiden in Nederland woont.

De rechter volgde die redenering niet. Het heffingsvrij vermogen in box 3 is gekoppeld aan binnenlandse belastingplicht. Een partner die niet in Nederland woont en niet op grond van uitzonderingsbepalingen als fiscaal partner voor box 3 kwalificeert, telt niet mee voor de grondslagverdeling. Het Unierecht dwingt niet tot het toekennen van een voordeel dat voortvloeit uit binnenlandse woonplaats: de regeling maakt een objectief onderscheid, geen verboden discriminatie. De conclusie: één woonplaats in Nederland betekent één keer heffingsvrij vermogen.

Wat betekent dit voor u?

Voor families met een internationale samenstelling raakt deze uitspraak de kern van de aangiftepraktijk. Steeds meer vermogende Nederlanders hebben een partner met een andere woonbasis — bijvoorbeeld vanwege een tweede huis in Zuid-Europa, werk in Luxemburg of Duitsland, of een partner die na pensioen emigreerde. In al die situaties geldt: voor box 3 kunt u vermogen niet verdelen alsof beide partners binnenlands belastingplichtig zijn.

Het fiscale effect is substantieel. Bij een box 3-vermogen van €500.000 scheelt een niet-toegekende verdubbeling van het heffingsvrij vermogen ruwweg €59.000 aan grondslag. Tegen het forfaitaire rendement van 6,04% en het tarief van 36% komt dat neer op ongeveer €1.285 extra heffing per jaar — voor elk jaar dat de situatie voortduurt. Bij grotere vermogens loopt het op: op €1 miljoen ligt het nadeel rond €2.000 per jaar, en bij toepassing van de werkelijk-rendementregel schuiven die bedragen mee met het daadwerkelijk behaalde rendement.

Daarnaast raakt de uitspraak de planning rond een verhuizing. Een echtpaar dat overweegt om één van beiden naar het buitenland te laten vertrekken — bijvoorbeeld om fiscale of persoonlijke redenen — verliest per direct de mogelijkheid om het heffingsvrij vermogen dubbel te benutten. Dat is een bedrag dat doorwerkt in de aangifte zolang de situatie voortduurt, niet een eenmalige correctie.

Wat kunt u doen?

De eerste stap is helderheid over de status van uw partner voor box 3. Een buitenlands wonende partner kan in sommige gevallen toch als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige gelden — dat vereist onder meer dat minimaal 90% van het wereldinkomen in Nederland wordt belast. Voor wie daaraan voldoet, opent de wet wél de deur naar de reguliere partnerregels. Die toets luistert nauw en kent ieder jaar opnieuw een eigen uitkomst.

Als kwalificatie niet haalbaar is, verschuift de vraag naar de structuur van het vermogen zelf. Vermogen dat in een Holding BV en een Familie BV onder een STAK is ondergebracht, staat niet in box 3 maar in box 2. Daar spelen het heffingsvrij vermogen en de partnerverdeling geen rol: de heffing verloopt via vennootschapsbelasting op winst en box 2-heffing op dividend. Voor families met een internationale samenstelling en een substantieel vermogen wordt die structurele keuze daardoor extra relevant.

Wie vasthoudt aan box 3, doet er goed aan de aangifte scherp voor te bereiden: controleer welke bezittingen aan wie worden toegerekend, ga na of overdracht van specifieke beleggingen naar de in Nederland wonende partner de heffing drukt, en documenteer de feitelijke situatie goed. De uitvoering bespreekt u met uw eigen fiscalist en notaris.

Hoe MyFamilyOffice u ondersteunt

MyFamilyOffice brengt voor families met een internationale dimensie de fiscale positie integraal in kaart en vertaalt die naar concrete stappen. Uw Family Office assistent helpt de gevolgen van een buitenlandse partner te kwantificeren, de opzet van een Holding BV met Familie BV onder een STAK te structureren, en de agenda met uw fiscalist en notaris scherp voor te bereiden. Zo weet u vooraf wat elke keuze betekent voor uw vermogen, uw kinderen en de volgende generatie.

Heeft uw partner een buitenlandse woonbasis? Laat in kaart brengen welke verdeling fiscaal het meeste oplevert.

Gesprek aanvragen Chat met uw persoonlijke assistent

Gerelateerde inzichten

Lees ook
Partiële buitenlandse belastingplicht: wat betekent 2027 voor uw vermogen?
Lees ook
Geen box 3-herstel voor niet-bezwaarmakers: wat betekent dat voor u?
Lees ook
Holding BV in 2026: wanneer loont deze structuur?

Dit artikel is informatief van aard en vormt geen persoonlijk belastingadvies. Raadpleeg altijd een gekwalificeerd adviseur voor uw specifieke situatie.