Wie de afgelopen jaren hoopte op een teruggave van te veel betaalde box 3-belasting, krijgt vandaag een ontnuchterende boodschap. Rechtbank Gelderland heeft geoordeeld dat de Belastingdienst niet verplicht is om aanslagen over de jaren 2017 tot en met 2020 ambtshalve te verminderen voor belastingplichtigen die destijds geen bezwaar hebben gemaakt. De deur naar herstel valt daarmee voor een grote groep Nederlanders definitief dicht.
Wat speelt er precies?
Het begon allemaal met het inmiddels beroemde Kerstarrest van de Hoge Raad op 24 december 2021. De rechter oordeelde dat het box 3-stelsel in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het fictieve rendement waarmee de Belastingdienst rekende, stond te ver af van wat mensen werkelijk verdienden op hun vermogen. Wie spaargeld aanhield, betaalde belasting over een rendement dat er simpelweg niet was.
Na het Kerstarrest kregen miljoenen Nederlanders die wel bezwaar hadden gemaakt automatisch rechtsherstel. Maar wat met de groep die dat niet had gedaan? Velen dachten alsnog in aanmerking te komen via een verzoek om ambtshalve vermindering — een soort vangnet voor situaties waarin aanslagen achteraf onjuist blijken.
De uitspraak van vandaag
Rechtbank Gelderland maakt daar nu korte metten mee. Het oordeel is helder: het Kerstarrest wordt beschouwd als "nieuwe jurisprudentie". En voor nieuwe jurisprudentie geldt dat ambtshalve vermindering niet verplicht is. De inspecteur mag het verzoek afwijzen, en doet dat in dit geval terecht.
Concreet betekent dit: als u over 2017 tot en met 2020 geen bezwaar heeft ingediend tegen uw box 3-aanslag, dan krijgt u geen geld terug. Ongeacht of het fictieve rendement van destijds veel hoger was dan uw werkelijke rendement.
Waarom dit verder reikt dan een juridisch detail
Dit is meer dan een procedurele kwestie. Het laat een structureel probleem zien: het Nederlandse box 3-stelsel heeft jarenlang belasting geheven op vermogen dat er niet was, en de overheid is niet van plan om iedereen daarvoor te compenseren.
En het houdt niet op bij het verleden. Ook nu, in 2026, wordt box 3-vermogen belast op basis van een forfaitair rendement van 6,04% over overige bezittingen. Het tarief is 36%. Wie een beleggingsportefeuille aanhoudt in box 3, betaalt dus effectief circa 2,17% belasting over de waarde — ongeacht het werkelijke rendement in dat jaar.
Voor vermogende families is dat een aanzienlijk bedrag. Bij een vrij besteedbaar vermogen van 500.000 euro boven de heffingsvrije drempel van 59.357 euro per persoon lopen de jaarlijkse lasten snel op tot duizenden euro's. En dat terwijl er een wettelijk alternatief bestaat.
Het alternatief: vermogen buiten box 3
Vermogen dat wordt ondergebracht in een BV-structuur valt niet onder box 3, maar onder de vennootschapsbelasting en box 2. De vennootschapsbelasting bedraagt 19% over de eerste 200.000 euro winst en 25,8% daarboven — maar dat is belasting over daadwerkelijk behaald rendement, niet over een fictief percentage. Pas bij uitkering naar prive volgt box 2-heffing: 24,5% tot 68.843 euro en 31% daarboven.
Het verschil is wezenlijk. In box 3 betaalt u belasting ongeacht of uw vermogen rendeert. In een BV-structuur betaalt u alleen over wat u werkelijk verdient. In jaren met lager rendement betaalt u minder; in jaren met verlies betaalt u niets.
Wat dit voor u betekent
De uitspraak van Rechtbank Gelderland onderstreept een patroon dat we al langer zien: de overheid kijkt vooruit, niet achteruit. Compensatie voor het verleden blijft beperkt tot wie destijds zelf actie heeft ondernomen. En voor de toekomst biedt het aankomende stelsel van werkelijk rendement — beoogd per 1 januari 2028 — weliswaar meer rechtvaardigheid, maar het is onzeker hoe dat er precies uit gaat zien na de aanpassingen die de minister heeft aangekondigd.
Voor families met substantieel vermogen is de vraag niet langer of het box 3-stelsel onrechtvaardig is — dat heeft de Hoge Raad al vastgesteld. De vraag is wat u er nu mee doet. Een doordachte structuur met een Holding BV, Familie BV en STAK biedt niet alleen fiscaal voordeel, maar ook controle over hoe uw vermogen wordt beheerd en overgedragen aan de volgende generatie.
De families die vijf jaar geleden geen bezwaar maakten, betalen daar nu de prijs voor. Wachten op de volgende correctie is een strategie die bewezen niet werkt. Handelen wel.