Een aandeelhouderslening laat u vermogen uit uw holding privé gebruiken als aanvulling op uw pensioen zonder dat u dividendbelasting betaalt, zolang de lening onder de €500.000-grens van de Wet excessief lenen blijft en tegen een zakelijke rente wordt verstrekt.

Voor een DGA zonder werkgeverspensioen is dit een derde route naast dividend en lijfrente — en een route die weinig ondernemers actief overwegen, terwijl hij op specifieke momenten fiscaal aantrekkelijker is dan beide alternatieven. Waar dividend direct box 2-heffing (24,5% tot €67.804, 31% daarboven in 2026) triggert en een lijfrente uw geld voor jaren vastzet in een product, blijft een lening flexibel: het kapitaal blijft in uw holding renderen, en u leent er alleen uit wat u dat jaar nodig heeft.

Het is geen truc en geen grijs gebied — de wetgever heeft de constructie zelf begrensd met een harde grens. Binnen die grens is lenen van uw eigen BV volledig legaal en al decennia gebruikelijk bij DGA's.

Waarom lenen fiscaal anders werkt dan dividend

Een dividenduitkering is een belastbaar feit: de BV keert winst uit, u betaalt daarover box 2-belasting op het moment van uitkering. Een lening is dat niet. U leent kapitaal van uw eigen BV, u blijft dat kapitaal schuldig, en er vindt geen belaste onttrekking plaats — zolang de lening zakelijk is vormgegeven.

Het voordeel: het geleende bedrag hoeft niet eerst belast te worden voordat het uw rekening bereikt. Voor een DGA die tijdelijk liquiditeit nodig heeft — bijvoorbeeld ter overbrugging tussen pensionering en de ingangsdatum van een lijfrente-uitkering, of om een eenmalige uitgave te dekken zonder het vermogen in de BV structureel aan te tasten — is dat een reëel verschil. Het vermogen dat u niet opneemt, blijft in de holding beleggen tegen het rendement dat u daar hanteert.

De harde grens: €500.000

Sinds 1 januari 2023 geldt de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap. Leent u, samen met uw fiscale partner, meer dan €500.000 van uw eigen BV (of verbonden vennootschappen), dan wordt het meerdere op de peildatum van 31 december als fictief dividend belast — ook als u niets heeft afgelost of opgenomen. Schulden voor de eigen woning tellen niet mee, mits het hypotheekrecht notarieel op naam van de BV is gevestigd.

Voor een pensioenreserve-strategie betekent dit: de lening werkt als aanvullend inkomen zolang het totale saldo onder de grens blijft. Wie structureel meer nodig heeft, moet alsnog een deel via dividend of lijfrente onttrekken — de aandeelhouderslening is een aanvulling, geen vervanging van uw pensioenplanning.

Hoe u dit fiscaal correct opzet

Drie elementen zijn niet optioneel:

Zakelijke rente. De lening moet tegen een rente worden verstrekt die vergelijkbaar is met wat een onafhankelijke bank zou hanteren, gegeven zekerheden en looptijd. Een rentevrije of te lage rente kwalificeert als verkapt dividend of schenking en wordt alsnog belast.

Schriftelijke leningsovereenkomst. Vastgelegd: hoofdsom, rente, aflossingsschema, zekerheden. Zonder schriftelijke vastlegging beschouwt de Belastingdienst de onttrekking al snel als winstuitdeling.

Reëel aflossingsschema. De lening moet aantoonbaar zijn bedoeld om terug te betalen — niet als permanente onttrekking verpakt in leningsvorm. Een looptijd zonder enig aflossingsperspectief wordt bij een controle als schijnhandeling beoordeeld.

Rekenvoorbeeld

Een DGA van 63 met €1,2 miljoen in de holding wil de komende vijf jaar, tot de AOW-leeftijd, €35.000 per jaar aan liquiditeit onttrekken. Bij een directe dividendroute betaalt hij daarover circa €8.575 per jaar aan box 2-belasting (24,5%) — over vijf jaar bijna €43.000 minder netto beschikbaar dan het bruto bedrag. Via een aandeelhouderslening tegen 4% zakelijke rente betaalt hij geen directe belasting over de opname zelf; hij bouwt wel een schuld op van €175.000 na vijf jaar, ruim onder de €500.000-grens, en betaalt rente aan zijn eigen BV — die rente blijft daarmee binnen de structuur.

Het verschil is geen belastingontwijking, maar uitstel en spreiding: op het moment dat de lening wordt afgelost of verrekend met een latere dividenduitkering, wordt alsnog afgerekend. Het voordeel zit in de timing en in het feit dat het onttrokken bedrag ondertussen niet als privévermogen in box 3 valt te bekijken — dat sluit direct aan bij het bredere argument voor een holdingstructuur nu box 3 vanaf 2027 overgaat naar belasting over werkelijk rendement.

Aandachtspunt bij overlijden

Een openstaande aandeelhouderslening is een vordering van de BV op u — bij overlijden valt die schuld in uw nalatenschap en beïnvloedt hij de erfbelastingpositie van uw erfgenamen. Wie een lening als structurele pensioenreserve gebruikt, moet die vordering meenemen in de estate planning, niet als losstaand financieringsdetail behandelen.

Hoe MyFamilyOffice u ondersteunt

Uw Family Office assistent brengt in kaart hoeveel ruimte u heeft binnen de €500.000-grens, berekent een zakelijke rente die bij een controle standhoudt, en stelt de leningsovereenkomst en het aflossingsschema op als onderdeel van uw Familiebank-structuur — zodat lenen van uw eigen holding een geborgd onderdeel van uw pensioenplanning wordt in plaats van een risico bij de volgende belastingcontrole.

Zet de eerste stap vóór de regels veranderen — begin vandaag met de gratis analyse op myfo.nl.

Wilt u uw fiscale strategie laten doorrekenen?

Bereken uw voordeel Zet mij op de wachtlijst

Gerelateerde inzichten

Lees ook
Wat is een Family Office — en heeft u er één nodig?
Lees ook
Vastgoed in Box 3: wat verandert er en hoe positioneert u uw pand slim?
Lees ook
Wat is een STAK — en waarom gebruiken vermogende families het?