Een beroep op een "individuele en buitensporige last" tegen een te hoge box 3-heffing slaagt zelden, omdat de rechter naar uw volledige financiële situatie kijkt — inclusief de ongerealiseerde waardestijging van uw eigen woning.
Dat bevestigde het gerechtshof onlangs opnieuw in een zaak waarin de box 3-heffing aantoonbaar hoger was dan het werkelijke rendement van de belastingplichtige. De uitkomst: geen verlaging. Het hof oordeelde dat van een buitensporige last pas sprake is wanneer de heffing de belastingplichtige in zijn totale financiële positie wezenlijk raakt — en wie een eigen woning bezit die in waarde stijgt, komt aan die drempel vrijwel nooit toe.
Voor vermogende families is deze uitspraak meer dan een juridisch detail. Zij maakt een patroon zichtbaar dat al jaren consistent is: wie achteraf via de rechter probeert te repareren wat box 3 te veel heeft geheven, vist vrijwel altijd achter het net. Wie vooraf structureert, heeft die rechter niet nodig.
Wat de rechter precies weegt
Het criterium "individuele en buitensporige last" komt uit de rechtspraak rond het Europees eigendomsrecht. De lat ligt bewust hoog. De rechter kijkt niet alleen naar het rendement op uw beleggingen tegenover de geheven belasting, maar naar het volledige plaatje: uw inkomen uit werk of pensioen, uw totale vermogen, en dus ook waardestijgingen die u nooit heeft verzilverd — zoals die van uw eigen woning.
De praktische consequentie: een belegger met €1.000.000 aan effecten die in een matig beursjaar 2% rendement maakt, betaalt box 3-heffing op basis van het forfaitaire rendement van 6,04% tegen 36%. Dat is op het belaste deel van het vermogen een effectieve druk die het werkelijke rendement dat jaar ruimschoots kan overtreffen. Toch oordeelt de rechter dan doorgaans: geen buitensporige last, want de woning steeg in waarde en het inkomen was toereikend. Dat de waardestijging van een woning niet uitgeefbaar is zolang u er woont, verandert daar niets aan.
Deze lijn past in een breder beeld. Eerder dit jaar oordeelde de rechter ook al dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op ambtshalve box 3-herstel, en dat een vermindering van de aanslag zonder aanvullende rentevergoeding voldoende rechtsherstel kan zijn. Drie uitspraken, één boodschap: de juridische route achteraf is smal, traag en onzeker.
Waarom dit richting 2027 extra gewicht krijgt
Vanaf 2027 vervangt het kabinet het forfaitaire stelsel door een heffing over werkelijk rendement, inclusief ongerealiseerde koerswinsten. Voor een portefeuille die structureel goed presteert — denk aan een breed gespreide ETF-portefeuille met een langjarig gemiddelde rond 8% — betekent dat een hogere effectieve belastingdruk dan het huidige forfait. De jaren tot 2027 zijn daarmee de laatste jaren waarin de huidige spelregels gelden.
De recente jurisprudentie maakt de keuze scherper. Er zijn voor vermogen in box 3 feitelijk twee routes:
De eerste route is afwachten en zo nodig procederen. De uitspraken van de afgelopen maanden laten zien wat die route oplevert: jarenlange procedures, een rechter die de gehele financiële situatie meeweegt, en in de regel geen herstel. Boven het heffingsvrije vermogen van €59.357 per persoon draait u volledig mee in het stelsel — nu het forfaitaire, straks dat over werkelijk rendement.
De tweede route is het vermogen vooraf anders structureren, zodat het niet langer in box 3 valt. Vermogen dat in een eigen besloten vennootschap is ondergebracht, wordt belast volgens de regels van de vennootschapsbelasting: 19% over de eerste €200.000 winst en 25,8% daarboven — over het wérkelijke resultaat, met verrekening van kosten en verliezen. Geen forfait dat in een slecht jaar hoger uitvalt dan uw rendement, en geen afhankelijkheid van een rechter die uw eigen woning in de weging betrekt.
Welke route passend is, hangt af van de omvang en samenstelling van het vermogen en van de familiesituatie. Maar het moment van kiezen is niet neutraal: wie nu structureert, doet dat onder de huidige regels. Wie wacht tot het nieuwe stelsel er staat, structureert onder de nieuwe — en betaalt in de tussentijd het forfait.
De les: vooraf regelen verslaat achteraf procederen
De families die de afgelopen jaren géén last hadden van de box 3-discussie, zijn niet de families die de beste advocaten hadden. Het zijn de families die hun vermogen tijdig buiten box 3 hadden gestructureerd. De oprichter van MyFamilyOffice bezocht zeven landen op zoek naar een fiscale oplossing voor precies dit probleem — en vond hem uiteindelijk gewoon hier, in Nederland: een volledig legale structuur, geverifieerd door een fiscalist en bevestigd door een notaris, vergelijkbaar met wat families als Brenninkmeijer en Blokker al decennia gebruiken.
Tegenover die zekerheid vooraf staat de onzekerheid achteraf: de rechtspraak van dit voorjaar bevestigt dat de gang naar de rechter voor box 3-bezwaren zelden loont. Het verschil tussen beide routes is geen kwestie van geluk, maar van timing.
Hoe MyFamilyOffice u ondersteunt
Uw persoonlijke assistent van MyFamilyOffice brengt eerst in kaart wat box 3 u in de huidige situatie jaarlijks kost — en wat dezelfde portefeuille zou kosten binnen een holdingstructuur, doorgerekend op uw werkelijke cijfers in plaats van vuistregels. U ziet vervolgens precies waar het omslagpunt ligt, welke stappen nodig zijn en in welke volgorde, inclusief de afstemming met fiscalist en notaris. Zo neemt u de beslissing op feiten, niet op hoop dat een rechter ooit met u meekijkt.
Zet de eerste stap vóór de regels veranderen — begin vandaag met de gratis analyse op myfo.nl.