Pensioenrechten erven anders dan spaargeld of een beleggingsportefeuille: een deel gaat automatisch naar uw partner buiten de nalatenschap, een deel valt erin, en over sommige onderdelen betaalt de ontvanger zowel erfbelasting als inkomstenbelasting — tenzij u dat voorkomt.
Voor vermogende families die naast privévermogen ook pensioenrechten hebben opgebouwd, is dit een van de minst begrepen onderdelen van estate planning. Niet omdat de regels onbekend zijn, maar omdat niemand ze ooit in samenhang heeft uitgelegd: belastingadviseur, werkgever en notaris spreken elk hun eigen taal. Het gevolg is dat bij overlijden de fiscale afrekening vaak hoger uitvalt dan nodig was — niet omdat de wet dat vereiste, maar omdat de juiste papieren ontbraken of de verkeerde begunstigde was aangewezen.
AOW: stopt bij overlijden
AOW is niet erfbaar. Zodra u overlijdt, vervalt uw AOW-uitkering volledig. Uw partner houdt zijn of haar eigen AOW-recht, maar verliest uw inkomen. Voor echtparen die bij de AOW-gerechtigde leeftijd gezamenlijk twee uitkeringen ontvangen, is dit de eerste cashflow-klap: de maandelijkse inkomsten dalen direct met het bedrag van uw AOW.
Er is één uitzondering: de AOW-partnertoeslag, die gold voor partners geboren vóór 1950. Dit overgangsrecht wordt de komende jaren verder uitgefaseerd. Voor nieuwe situaties geldt het niet meer.
Werkgeverspensioen: naar uw partner, buiten de nalatenschap
Als u pensioen heeft opgebouwd via een werkgever, ontvangt uw partner na uw overlijden een partnerpensioen — doorgaans 70% van uw opgebouwde ouderdomspensioen. Dit bedrag gaat rechtstreeks van het pensioenfonds of de verzekeraar naar uw partner. Het maakt geen deel uit van uw nalatenschap en valt dus buiten de erfbelasting.
Uw kinderen ontvangen uit dezelfde regeling een wezenpensioen, dat eindigt op 18-jarige leeftijd of — bij studie — op 27 jaar. Ook dit gaat buiten de nalatenschap om.
De uitkeringen zijn voor uw partner en kinderen belastbaar als inkomen in box 1, maar zijn vrij van erfbelasting. Dat is fiscaal gunstig: de ontvanger betaalt inkomstenbelasting over de uitkeringen wanneer ze binnenkomen, maar er is geen erfbelasting over de contante waarde van de pensioenstroom.
Aandachtspunt: de hoogte van het partnerpensioen hangt af van de pensioenregeling en de keuzes die u vóór uw pensioendatum heeft gemaakt. Wie bij pensionering heeft gekozen voor een hogere eigen uitkering in ruil voor een lager partnerpensioen — uitruil genaamd — heeft zijn partner daarmee structureel gekort. Dit is achteraf niet te herstellen.
Lijfrente: de begunstigde is alles
Een lijfrenteverzekering of lijfrentespaarrekening (banksparen) kent een ander mechanisme. Hier is de begunstiging — wie u als ontvanger heeft aangewezen — doorslaggevend voor zowel de erfbelasting als de inkomstenbelasting.
Situatie 1: u heeft een begunstigde aangewezen (uw partner of kinderen). De resterende waarde of uitkeringen gaan bij overlijden rechtstreeks naar de begunstigde. Dit valt buiten uw nalatenschap. De ontvanger betaalt geen erfbelasting, maar wél inkomstenbelasting in box 1 over de uitkeringen — precies zoals u dat zelf ook had gedaan. Fiscaal schoon.
Situatie 2: geen begunstigde aangewezen. Dan valt de resterende waarde van het lijfrentekapitaal in uw nalatenschap. Uw erfgenamen betalen eerst erfbelasting over die waarde. Daarna, wanneer zij de uitkeringen ontvangen, betalen zij ook nog inkomstenbelasting in box 1. Dat is dubbele belasting over hetzelfde kapitaal.
Voor een lijfrentepot van €300.000 kan dat bij twee kinderen als enige erfgenamen neerkomen op circa €50.000 aan erfbelasting (na de vrijstelling van €25.490 per kind) en vervolgens volledige box 1-belasting over elke uitkering die zij ontvangen. Het dubbeltje dat eerder over de begunstiging is nagedacht, is dit bedrag waard.
Controleer uw polis. De begunstiging staat in het polisblad of de bankspaarovereenkomst. Als er geen naam staat, of als de aangewezen begunstigde is vooroverleden zonder vervangende benoeming, loopt u dit risico.
Eigen BV en pensioenopbouw na 2017
DGA's die vóór 2017 pensioen in eigen beheer hebben opgebouwd in hun BV, hebben die rechten sindsdien bevroren of omgezet naar een oudedagsverplichting (ODV). Voor wie is gekozen voor de ODV: de resterende uitkeringen zijn bij overlijden belastbaar voor uw erfgenamen als inkomen in box 1, én de contante waarde van de toekomstige uitkeringen telt mee in uw nalatenschap voor de erfbelasting.
Ook hier geldt: goede vastlegging in het testament — wie krijgt de ODV-uitkeringen, op welke wijze — voorkomt onnodige cumulatie van erfbelasting en inkomstenbelasting.
Wat u nu kunt regelen
Drie stappen die voor bijna elke vermogende familie met pensioenrechten zinvol zijn:
1. Controleer uw begunstiging. Vraag bij uw verzekeraar of bank het actuele polisblad op. Staat er een naam? Is die persoon nog in leven? Is de volgorde juist (partner vóór kinderen, of andersom als dat uw wens is)?
2. Stem pensioen en testament op elkaar af. Wie in uw testament als erfgenaam staat, hoeft niet automatisch dezelfde persoon te zijn die als begunstigde op uw lijfrentepolis staat. Die inconsistentie leidt bij overlijden tot verwarring en soms tot onnodige erfbelasting. Uw notaris en uw fiscalist moeten hierover samen kijken.
3. Bereken de cashflow voor uw partner. Hoeveel inkomen heeft uw partner beschikbaar na uw overlijden — partnerpensioen, AOW, vermogensinkomsten — en welk bedrag moet uit privévermogen worden aangevuld? Die analyse bepaalt of vermogen naar kinderen kan worden overgeheveld, of juist voor de langstlevende beschikbaar moet blijven.
Hoe MyFamilyOffice u ondersteunt
Uw persoonlijke assistent brengt alle inkomensstromen in kaart: AOW, partnerpensioen, lijfrente-uitkeringen en privévermogen. Vervolgens rekenen we door wat uw partner netto overhoudt en of de combinatie van begunstiging, testament en vermogensstructuur fiscaal optimaal is ingericht. Waar de begunstiging en het testament niet op elkaar aansluiten, signaleren we dat — vóórdat het te laat is om te corrigeren.
Zet de eerste stap vóór de regels veranderen — begin vandaag met de gratis analyse op myfo.nl.