Het kabinet versoepelt twee fiscale regels voor startups en scale-ups: een aangepaste box 3-definitie en een soepelere belasting op werknemersaandelen, beoogd per 1 januari 2027. Voor families met directe of indirecte participaties in jonge ondernemingen levert dat een concreet planningsmoment op — mits u nu kijkt naar hoe die belangen zijn gestructureerd.
Op 1 april 2026 startte het Ministerie van Financiën de internetconsultatie van de Wet fiscale stimulering startups en scale-ups. De consultatie sloot op 29 april. Het wetsvoorstel bevat twee maatregelen die er voor vermogende families toe doen: een nieuwe afbakening van wat fiscaal als startup of scale-up geldt, en een herziene heffing op aandelenopties die werknemers in zulke bedrijven ontvangen. De dekking komt uit afschaffing van de meewerkaftrek en stakingsaftrek per 1 januari 2030 — relevant voor families met een actieve eenmanszaak of vof.
Wat het kabinet concreet voorstelt
Nieuwe definitie startup/scale-up voor box 3. Niet-beursgenoteerde ondernemingen die gericht zijn op snelle groei via een schaalbaar en herhaalbaar businessmodel uit innovatie, vallen onder de aangepaste definitie. De vorige definitie sloot in de praktijk te veel groeibedrijven uit. Wie als startup of scale-up kwalificeert, krijgt een gunstigere box 3-behandeling onder het nieuwe stelsel van werkelijk rendement — met name op het punt van ongerealiseerde waardestijgingen op niet-liquide participaties.
Aandelenopties pas belast bij verkoop. Werknemers worden niet meer belast op het moment dat ze hun opties uitoefenen, maar pas wanneer ze de aandelen daadwerkelijk verkopen. Bovendien wordt de heffingsgrondslag beperkt tot 65% van de opbrengst. Voor families die werknemers willen binden aan hun bedrijf, of die zelf via aandelenopties belang opbouwen in een participatie, verlaagt dat de effectieve druk aanzienlijk. Beoogde inwerkingtreding: 1 januari 2027.
Waarom dit voor families met vermogen relevant is
Veel families met €500.000 tot €3 miljoen vermogen hebben — vaak zonder het zo te noemen — al een participatie in een jong bedrijf. Een aandeel in de start-up van een zwager, een converteerbare lening aan een ondernemende dochter, een investering via een informal-investorvehikel. Onder het huidige box 3-stelsel is dat een forfaitair belast belang. Onder het stelsel werkelijk rendement vanaf 2027 zou ongerealiseerde waardestijging in beginsel óók worden belast — wat bij snelgroeiende ondernemingen tot pijnlijke heffing leidt op papieren winst die nog niet liquide is.
De nieuwe definitie biedt twee dingen tegelijk: zekerheid over wat fiscaal als startup of scale-up telt, en een uitzonderingsregime dat juist die ongerealiseerde groei verzacht. Concreet betekent dit: een participatie die nu zorgvuldig wordt belegd binnen het juiste vehikel, levert vanaf 2027 een meetbaar fiscaal voordeel op ten opzichte van een participatie die in privé wordt aangehouden.
Voor families die via een holding investeren ontstaat een tweede vraag: blijft een directe box 3-participatie nu aantrekkelijker, of houdt een holding-route met de deelnemingsvrijstelling (waarbij koerswinst onbelast doorrolt zolang het belang ≥5% is) de voorkeur? Het antwoord verschilt per familie. Bij belangen onder de 5% en korte horizon kan de aangepaste box 3-route doelmatig zijn. Bij belangen vanaf 5% en lange horizon blijft de holding-structuur — met Vpb 19% tot €200.000 winst en deelnemingsvrijstelling daarboven — fiscaal sterker.
Wat u nu kunt doen
Het wetsvoorstel is in consultatie geweest, niet aangenomen. Het kabinet streeft naar inwerkingtreding op 1 januari 2027. Dat geeft ongeveer 19 maanden om bestaande participaties te ordenen en nieuwe binnen het juiste vehikel onder te brengen. Drie acties zijn nu zinvol:
Inventariseer alle participaties in jonge bedrijven. Inclusief converteerbare leningen, SAFE-instrumenten, aandelen via crowdfundingplatforms en informal-investor-deelnemingen. Veel families onderschatten hoeveel kleine belangen zich verspreid in privé bevinden.
Toets per participatie de structuurkeuze. Boven 5% belang en horizon langer dan vijf jaar: holding-route met deelnemingsvrijstelling. Onder 5% of korte horizon: beoordeel of de nieuwe box 3-behandeling voor startups/scale-ups voldoet, of dat onderbrenging in een investeringsvehikel met Vpb-tarief gunstiger is.
Kijk vooruit naar 2030. Heeft uw familie nog een actieve eenmanszaak of vof in het familievermogen? De meewerkaftrek en stakingsaftrek worden afgeschaft per 1 januari 2030. Dat raakt de fiscale eindafrekening bij bedrijfsoverdracht of staking. Een tijdige inbreng in een BV — eventueel als opmaat naar STAK-certificering voor de tweede generatie — neemt die druk weg.
Hoe MyFamilyOffice u ondersteunt
Uw persoonlijke assistent binnen MyFamilyOffice inventariseert alle directe en indirecte participaties in jonge ondernemingen, beoordeelt per belang welk vehikel fiscaal optimaal is, en stelt — waar zinvol — een herstructurering voor die u nog vóór 1 januari 2027 kunt voltooien. De Family Office assistent volgt het wetstraject van de consultatie tot publicatie in het Staatsblad en signaleert binnen 24 uur als wijzigingen uw structuur raken.
De oprichter van MyFamilyOffice bezocht zeven landen op zoek naar een fiscale oplossing — en vond hem uiteindelijk hier, in Nederland. Diezelfde nuchtere blik passen we toe op uw participatieportefeuille: gebruik de Nederlandse regels die er zijn, vóórdat ze veranderen.
Zet de eerste stap vóór de regels veranderen — begin vandaag met de gratis analyse op myfo.nl.