De drie meest voorkomende STAK-valkuilen in het eerste jaar zijn te vroeg certificeren voordat de onderliggende BV-structuur uitgekristalliseerd is, het optuigen van meerdere certificaatklassen zonder concrete aanleiding, en een bestuur dat uitsluitend uit familieleden bestaat. Stuk voor stuk fouten die in jaar één niet als probleem voelen, maar in jaar drie of vijf duur zijn om te herstellen.

Een Stichting Administratiekantoor is een krachtig instrument om zeggenschap en economisch belang in het familievermogen te scheiden. Wie de constructie correct opzet, krijgt decennia plezier van een stabiele governance-laag waarbinnen vermogen gecontroleerd kan worden overgedragen aan de volgende generatie. Wie de structuur te snel of te ingewikkeld inricht, betaalt later met notariskosten, fiscale herstelacties en — soms — familiaire spanningen die niet meer eenvoudig terug te draaien zijn. Hieronder de drie patronen die wij in de praktijk het vaakst tegenkomen.

Valkuil 1: te vroeg certificeren

Veel families richten een STAK op zodra het idee voor het eerst op tafel ligt. De notaris is gesproken, een fiscalist heeft de fiscale logica bevestigd en het oprichtingsbesluit ligt klaar. Wat in die fase regelmatig ontbreekt, is een uitgekristalliseerde onderliggende structuur. De Familie BV is nog niet opgericht, de Holding BV is in oprichting, of de vermogenstoeschuiving — vastgoed, beleggingsportefeuille, deelnemingen — moet nog plaatsvinden.

Het gevolg: certificaten worden uitgegeven op aandelen die binnen een jaar van vorm veranderen. Bij elke wijziging in de onderliggende structuur volgt een herziening van de certificaatvoorwaarden, soms een statutenwijziging van de STAK en in een aantal gevallen een nieuwe administratievoorwaarde. Dat zijn keer op keer notariële handelingen, met bijbehorende kosten en doorlooptijden.

De praktische volgorde is eenvoudig: eerst de Familie BV met de definitieve activa, dan de Holding-laag waar de aandelen worden ondergebracht, en pas daarna de STAK die de aandelen van de Holding (of in sommige varianten van de Familie BV rechtstreeks) gaat houden. Wie deze volgorde aanhoudt, doorloopt het eerste jaar zonder herstelwerk. Wie deze volgorde omdraait omdat de STAK fiscaal het meest besproken is, betaalt twee tot drie keer dezelfde notaris.

Valkuil 2: certificaatklassen optuigen zonder reden

De tweede valkuil ontstaat aan de tekentafel. Tijdens de inrichtingsgesprekken komt vaak het idee op om al direct meerdere klassen certificaten te creëren: stemrechtloos voor de jongste kinderen, met preferent dividend voor één tak van de familie, met conversierechten voor een toekomstige bedrijfsopvolger. Op papier oogt het slim — alle scenario's lijken alvast gevangen.

In de praktijk blijkt dat bij negen van de tien families in jaar één geen enkele van deze klassen daadwerkelijk wordt gebruikt. Het kind dat de preferente positie zou krijgen blijkt geen behoefte te hebben aan een uitkering. De bedrijfsopvolger waar het conversierecht voor was bedoeld, kiest een ander pad. En toch staan de klassen in de administratievoorwaarden, met elk hun eigen rechten, en elk een bron van potentiële discussie wanneer er op een later moment iets gewijzigd moet worden.

De rustige route: begin met één certificaatklasse, gelijke rechten voor alle certificaathouders, transparant en zonder fijnmazige rechten. Differentiatie kan altijd later worden ingebouwd, op het moment dat de aanleiding concreet is — een opvolgingstraject, een schenking aan één specifiek kind, een fiscale gebeurtenis die het rechtvaardigt. Een STAK die in jaar één eenvoudig is, blijft in jaar tien beheersbaar. Een STAK die in jaar één al vier klassen kent, vraagt zelfs voor kleine wijzigingen om uitgebreid juridisch overleg.

Valkuil 3: een bestuur dat uitsluitend uit familie bestaat

De derde valkuil is de meest voorkomende — en de minst zichtbare. Bij oprichting bestaat het STAK-bestuur vaak uit de ouders, soms aangevuld met een meerderjarig kind. Het voelt logisch: de stichting bewaakt het familievermogen, dus de familie zit in het bestuur. Pas wanneer er een meningsverschil ontstaat — over een uitkering, over een investeringsbeslissing, over de timing van een schenking — komt het ontbreken van een onafhankelijke stem aan het licht.

Een familiebestuur is fiscaal niet problematisch en juridisch ook niet ongebruikelijk. Maar het mist één element dat in de praktijk vaak doorslaggevend blijkt: een neutrale partij die bij impasses of belangentegenstellingen kan bemiddelen, zonder zelf certificaathouder of erfgenaam te zijn. Wanneer twee broers het oneens zijn over een dividend, of wanneer een ouder en een kind een andere visie hebben op een vastgoedverkoop, geeft één onafhankelijk bestuurslid het verschil tussen een gesprek en een conflict.

In de praktijk is de oplossing pragmatisch: een onafhankelijk bestuurslid, vaak een gepensioneerde fiscalist, notaris of accountant met affiniteit voor familievermogen, tegen een bescheiden jaarlijkse vergoeding. Het bestuurslid hoeft geen voltijdsrol te vervullen — twee tot vier bestuursvergaderingen per jaar volstaan in de meeste families. Wel is het cruciaal dat de persoon vooraf wordt benoemd, niet pas wanneer een conflict zich al heeft aangekondigd. Wie het onafhankelijk lid pas opzoekt als de spanning er al ligt, krijgt geen bemiddelaar maar een arbiter — en dat is een wezenlijk andere rol.

Wat dit betekent richting 2027

De urgentie rond Box 3 (werkelijk rendement vanaf 2027), de mogelijke verlaging van de schenkingsvrijstelling en de discussies over de Vpb-schijven maken dat veel families nu naar een STAK-structuur kijken om vermogensoverdracht binnen de huidige regels te borgen. Dat is een verstandige reflex — maar haast is geen reden om de drie bovenstaande valkuilen in te bouwen. De fiscale ruimte van vandaag wordt namelijk niet pas benut bij de eerste schenking; ze wordt benut wanneer de structuur over tien tot vijftien jaar nog steeds doet wat ze moet doen. Een te snel of te complex ingerichte STAK in 2026 levert niet meer fiscaal voordeel op dan een rustig opgebouwde STAK in 2026 — maar wel meer kosten in 2030.

Hoe MyFamilyOffice u ondersteunt

MyFamilyOffice brengt uw situatie in kaart, beoordeelt of een STAK op dit moment de juiste stap is, en bewaakt de volgorde waarin Holding BV, Familie BV en STAK worden ingericht. Uw Family Office assistent houdt de certificaatadministratie bij, signaleert wanneer een bestuursbesluit nodig is en bewaakt aansluiting op uw schenkingsroute. De oprichting en de aktes verlopen via uw eigen notaris en fiscalist; MYFO regelt de structuur en houdt jaarlijks de samenhang in stand.

Zet de eerste stap vóór de regels veranderen — begin vandaag met de gratis analyse op myfo.nl.

Wilt u uw fiscale strategie laten doorrekenen?

Bereken uw voordeel Zet mij op de wachtlijst

Gerelateerde inzichten

Lees ook
Wat is een Family Office — en heeft u er één nodig?
Lees ook
Vastgoed in Box 3: wat verandert er en hoe positioneert u uw pand slim?
Lees ook
Wat is een STAK — en waarom gebruiken vermogende families het?