Het nieuwe box 3-stelsel staat vast: er komt geen tabula rasa, maar gerichte bijsturing. Econoom Vinzenz Ziesemer bepleit in ESB dat de overheid vasthoudt aan een vermogensaanwasbelasting op basis van werkelijk rendement, en dat model slechts op onderdelen aanpast. Dat signaal is relevant voor iedereen die nu vermogen in box 3 aanhoudt of overweegt activa te herstructureren.

De kernvraag voor vermogende particulieren is niet óf werkelijk rendement komt — dat staat inmiddels vast — maar hoe hun portefeuille eruitziet op het moment dat de nieuwe regels volledig van kracht zijn.

Wat de vermogensaanwasbelasting inhoudt

Onder de huidige overgangsregeling (van toepassing tot het nieuwe stelsel volledig is ingevoerd) betaalt u over een forfaitair rendement van 6,04% op het merendeel van uw box 3-vermogen, belast tegen 36%. Dat levert een effectieve druk op van 2,17% van de vermogenswaarde per jaar, ongeacht uw werkelijke resultaat.

De vermogensaanwasbelasting vervangt dat forfait door de werkelijke waardeontwikkeling én ontvangen inkomsten (rente, huur, dividend). Ongerealiseerde koerswinst telt direct mee in het belastbaar inkomen — ook als u nog niets heeft verkocht. Voor een beleggingsportefeuille met een gemiddeld rendement van 8% per jaar is de effectieve druk onder het nieuwe stelsel (circa 2,9% van de vermogenswaarde) hoger dan onder de huidige forfaitaire regeling. Voor vermogen dat nauwelijks rendeert — zoals een renteloze familielening of een langdurig leegstaand pand — kan de uitkomst juist gunstiger zijn.

Ziesemer's argument is dat dit stelsel economisch het meest neutraal is: het belast opbrengst, niet bezit. Zijn pleidooi is om dit model te handhaven en de knelpunten (met name rondom illiquide vermogen en schommelende waarderingen) gericht op te lossen, in plaats van het systeem opnieuw te beginnen.

Welke vermogenscategorieën de meeste aandacht vragen

De overgang naar werkelijk rendement treft niet alle vermogensvormen gelijk. Drie categorieën vragen bijzondere aandacht:

Vastgoed (niet-eigen woning). Verhuurde woningen en bedrijfspanden worden jaarlijks gewaardeerd op WOZ-waarde. Stijgt die waarde, dan betaalt u belasting over de ongerealiseerde waardestijging. Dat kan liquiditeitsproblemen geven als de huurinkomsten niet volstaan om de aanslag te dekken. De discussie over een tegemoetkoming voor illiquide vermogen is nog niet afgerond.

Familiaire vorderingen en leningen. Een vordering die onderhands is verstrekt — bijvoorbeeld via een familiebank-constructie — valt in box 3. Onder het nieuwe stelsel telt de rente-ontvangst als werkelijk rendement. Is de lening renteloos of ver onder marktconforme rente verstrekt, dan is de grondslag laag. Maar is de vordering gestructureerd via een Holding en valt zij in box 2, dan gelden andere regels. Die afweging moet expliciet worden gemaakt.

Liquide beleggingsportefeuilles. ETF's en aandelen die jaarlijks in waarde stijgen, leiden tot belasting over ongerealiseerde winsten. Dat wijkt fundamenteel af van de huidige praktijk, waarbij u pas bij verkoop een keuze maakt. De beleggingshorizon en de kasstroomplanning rond belastingbetalingen verdienen heroverweging.

De structuurvraag wordt urgenter

Het belangrijkste gevolg van de aangekondigde koers is dat de afweging tussen box 3 en box 2 scherper wordt. Vermogen dat in een Holding of werkmaatschappij wordt aangehouden, valt buiten box 3 en is onderworpen aan vennootschapsbelasting (19% tot 200.000 euro, daarboven 25,8%) plus dividendbelasting bij uitkering. De gecombineerde effectieve druk over een langere horizon ligt voor veel vermogensvormen lager dan de toekomstige box 3-belasting op werkelijk rendement — zeker als winsten in de BV-structuur worden herbelegd.

Dat maakt de vraag "wat houdt u privé en wat via uw structuur?" acuter dan voorheen. Het antwoord hangt af van uw persoonlijke situatie: liquiditeitsbehoefte, belastingpositie, aanwezig verliescompensatie en de verwachte rendementen per activaklasse.

Eén ding is zeker: besluiten die nu worden genomen over herstructurering, inbreng van vermogen of uitbreiding van de BV-structuur, hebben een langjarig effect. Het loont om die stappen bewust te zetten en de fiscale gevolgen te doorrekenen voordat wetgeving is vastgesteld.

De uitvoering bespreekt u met uw eigen fiscalist en notaris.

Hoe MyFamilyOffice u ondersteunt

Uw Family Office assistent brengt in kaart hoe uw huidige vermogensmix eruitziet onder de nieuwe box 3-systematiek: welke posities tot hogere belastingdruk leiden, waar de grens tussen box 2 en box 3 in uw situatie ligt, en welke stappen voor herstructurering of timing in aanmerking komen. Vervolgens vertaalt uw assistent dat naar concrete gespreksonderwerpen voor uw fiscalist — zodat u goed voorbereid het adviesgesprek ingaat.

Wilt u uw fiscale strategie laten doorrekenen?

Bereken uw voordeel Zet mij op de wachtlijst

Gerelateerde inzichten

Lees ook
Wat is een Family Office — en heeft u er één nodig?
Lees ook
Vastgoed in Box 3: wat verandert er en hoe positioneert u uw pand slim?
Lees ook
Wat is een STAK — en waarom gebruiken vermogende families het?