Een huwelijk, een wijziging van huwelijkse voorwaarden of een echtscheiding verschuift in vrijwel iedere vermogende familie aanzienlijke posities tussen partners. Onder het huidige forfaitaire box 3-stelsel blijft die verschuiving fiscaal onzichtbaar. Onder het nieuwe stelsel — werkelijk rendement, dat in stappen na 2027 in werking moet treden — kan dezelfde overdracht plotseling een belastbaar moment vormen. Een aangenomen motie in de Tweede Kamer dwingt het kabinet nu om te onderzoeken of een doorschuifregeling huwelijksvermogensrecht in box 3 dat probleem kan wegnemen, met de uitkomst in het Belastingplan 2027.
Wat speelt er
In het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 wordt belasting geheven over wat een vermogen feitelijk opbrengt: rente, dividend, huur en — afhankelijk van de uiteindelijke vorm van het stelsel — vermogenswinsten of vermogensaanwas. Een logisch gevolg is dat een overdracht van vermogensbestanddelen civielrechtelijk hetzelfde wordt behandeld als een verkoop: het moment waarop een effectenportefeuille of vastgoedportefeuille van de ene partner naar de andere overgaat, kan dan een afrekenmoment worden, ook al verlaat het vermogen het huishouden niet.
De motie-Hoogeveen (JA21), met 121 stemmen vóór aangenomen, vraagt het kabinet om te onderzoeken of een doorschuifregeling mogelijk is voor vermogensoverdrachten die ontstaan door huwelijksvermogensrechtelijke wijzigingen. Tegelijk wordt verzocht na te gaan of de heffing kan plaatsvinden op het moment dat de werkelijke opbrengst zich voordoet, in plaats van op het moment van de civielrechtelijke overgang. De resultaten worden meegenomen in het Belastingplan 2027.
Wat betekent dit voor uw familie
Voor families met een vermogen vanaf enkele honderdduizenden euro's tot meerdere miljoenen ligt hier een reëel risico. Drie soorten momenten zijn vatbaar voor een mogelijk afrekenpunt zonder doorschuifregeling.
Het eerste is het aangaan van of overstappen naar een andere huwelijksvermogensrechtelijke regeling — bijvoorbeeld het beëindigen van koude uitsluiting en het opnieuw aangaan van een beperkte gemeenschap. Bij vermogenden gebeurt dat vaker dan men denkt, omdat oudere huwelijkse voorwaarden zelden naadloos aansluiten op het familievermogen zoals dat decennia later is opgebouwd.
Het tweede is een verrekenbeding dat periodiek wordt afgerekend. Wat in de huidige box 3 een administratieve verschuiving is, kan onder werkelijk rendement een feitelijke overdracht van waardepapieren of vorderingen vergen — met fiscale consequenties zolang er geen doorschuifregeling bestaat.
Het derde is de echtscheiding. Bij vermogens vanaf een miljoen verloopt een scheiding vrijwel altijd via toedeling van delen van een effectenportefeuille, vastgoed of vorderingen binnen de familiebank. Zonder doorschuifregeling zouden die toedelingen het werkelijk rendement-moment kunnen activeren, terwijl dat economisch niet aansluit bij wat partijen bedoelen: niet uittreden uit het vermogen, maar herverdelen.
Dat de Kamer dit signaleert is goed nieuws — maar het onderzoek is geen toezegging. Het kabinet wordt gevraagd te onderzoeken; of een doorschuifregeling er komt en in welke vorm, blijft tot het Belastingplan 2027 onzeker.
Wat u nu kunt overwegen
Tot het Belastingplan 2027 is de praktische respons drieledig.
Allereerst loont het om huwelijkse voorwaarden te toetsen op fiscale fitheid voor het nieuwe stelsel. Veel ouder opgestelde voorwaarden bevatten verrekenbedingen die jarenlang papieren afspraken zijn gebleven en die onder werkelijk rendement plotseling betekenisvol kunnen worden. Een notaris die de voorwaarden naast de huidige vermogenssamenstelling legt, ziet vaak in één gesprek waar bijgesteld moet worden — voorafgaand aan, of juist na, een eventuele inwerkingtreding van werkelijk rendement.
Ten tweede: leg in het familievermogen vast welke posities zich kunnen verplaatsen tussen partners zonder dat het huishouden daarbij vermogen verliest. Het verschil tussen een beleggingsrekening op naam van één partner en een gezamenlijke en/of-rekening lijkt klein, maar in een werkelijk-rendement-stelsel zonder doorschuifregeling kan dat verschil het verschil zijn tussen een belastbare gebeurtenis en een niet-belastbare verschuiving.
Ten derde: voor families met een Familie BV onder de STAK is de positionering van het privévermogen ten opzichte van het structuurvermogen extra van belang. Bezittingen die in box 2 of in een Familie BV zitten, vallen niet onder box 3 en raken dus ook niet aan deze discussie. Soms is het verstandig om bepaalde portefeuilles te laten waar ze zijn, juist omdat een toekomstige doorschuifregeling op zich laat wachten — soms is het verstandig juist een deel van het privévermogen door te lichten op herstructurering. Welke kant het op moet, hangt af van de samenstelling van het vermogen en de wensen van de partners.
Hoe MyFamilyOffice u ondersteunt
Uw Family Office assistent brengt in kaart welke vermogensbestanddelen onder de huidige huwelijkse voorwaarden gevoelig zijn voor het werkelijk-rendement-stelsel, welke verschuivingen tussen partners op enig moment zinvol zouden kunnen zijn en wat de positionering van privévermogen ten opzichte van uw Familie BV en STAK daarin betekent. MyFamilyOffice vertaalt die analyse naar concrete gespreksstof voor uw notaris en fiscalist. De uitvoering — het opstellen van nieuwe huwelijkse voorwaarden, het uitvoeren van verrekenbedingen, het indienen van aangiften — bespreekt u met uw eigen fiscalist en notaris.