Stel: uw Familie BV heeft een jaar met weinig of geen gerealiseerde winst. De beleggingsportefeuille is intact en bouwt ongerealiseerd rendement op, maar op de resultatenrekening drukken kosten zoals rente, administratie of een afwaardering. Dat resultaat is fiscaal een verlies — en dat is goed nieuws. Want binnen de vennootschapsbelasting zijn verliezen geen weggooipost, maar een vermogenspost. Art. 20 Wet Vpb laat toe dat u ze compenseert met latere winsten, tot ver in de toekomst.
Waarom een Familie BV regelmatig fiscale verliezen kent
De meeste Familie BV's beleggen in accumulerende aandelen-ETF's. Het rendement stapelt dan ongerealiseerd in de koers — het verschijnt pas op de resultatenrekening bij verkoop. Aan de kostenkant loopt er wel structureel iets door: rente op een eventuele interne lening, beheerskosten, administratiekosten, soms een afschrijving op vastgoed. De som ervan is in een doorsnee jaar een fiscaal verlies, terwijl het economische vermogen in diezelfde periode juist groeit. Dat is geen probleem, maar een kenmerk van de structuur.
Die jaarlijkse verliesposten stapelen zich op tot een fiscale verliesreserve binnen de Familie BV. En die reserve is er klaar voor het moment waarop u wél winst realiseert — bijvoorbeeld bij gedeeltelijke verkoop van de portefeuille, een herschikking van de beleggingen, of een uitkering bij een generatiewissel.
Art. 20 Wet Vpb: één jaar terug, onbeperkt vooruit
Sinds 2022 is de regeling voor verliesverrekening in de vennootschapsbelasting één jaar achterwaarts compensabel en onbeperkt voorwaarts compensabel. Voor winsten boven de 1 miljoen euro geldt wel een beperking: het verlies mag jaarlijks maximaal 50% van het meerdere boven dat bedrag compenseren. Onder die drempel is er geen plafond — een verlies uit 2022 kan in 2041 nog onbeperkt worden benut, mits de Familie BV in stand blijft en de aandeelhoudersrelatie voldoende constant is (art. 20a Wet Vpb).
Voor een familievermogen dat is bedoeld voor de lange termijn, is dat een comfortabele horizon. De verliesreserve werkt als een fiscale spaarrekening: zolang de structuur staat, kan zij worden ingezet op het moment dat winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
Een rekenvoorbeeld
Neem een Familie BV die over tien jaar tijd gemiddeld 15.000 euro per jaar aan fiscaal verlies opbouwt — een combinatie van rentekosten over de interne lening en beheerskosten, tegenover ongerealiseerd ETF-rendement. De opgebouwde verliesreserve is dan 150.000 euro. In jaar elf besluit u een deel van de portefeuille te verkopen en wordt 150.000 euro winst gerealiseerd.
Zonder verliesreserve zou die winst tegen het lage Vpb-tarief (19% tot 200.000 euro winst in 2026) worden belast — 28.500 euro aan Vpb. Met de opgebouwde verliesreserve wordt de winst volledig gecompenseerd en betaalt de Familie BV over die transactie effectief géén vennootschapsbelasting. De 28.500 euro blijft in het familievermogen.
Belangrijk: dit is geen trucje. Het is precies de werking van art. 20 Wet Vpb, zoals de wetgever die heeft bedoeld. De Belastingdienst beoordeelt wel of de verliezen zakelijk zijn opgebouwd — rente moet at arm's length, kosten moeten zakelijk zijn, en de structuur moet substance hebben.
Wat dit voor u betekent
Dat een Familie BV jaarlijks een fiscaal verlies laat zien is in de meeste gevallen geen zorg, maar een logisch gevolg van de gekozen beleggingsstrategie. De waarde van de onderneming — en daarmee de economische positie van de certificaathouders — groeit ongestoord door. De fiscale verliesreserve die zich intussen opbouwt, bespaart bij een latere winstrealisatie direct vennootschapsbelasting.
Twee aandachtspunten blijven. Substance: de verliezen moeten reëel zijn (zakelijke rente, echte kosten, vastgelegde STAK-besluiten). En de aandeelhoudersrelatie: bij een ingrijpende wijziging in het economisch belang kan art. 20a Wet Vpb in beeld komen, waardoor oudere verliezen kunnen sneuvelen. Wijzigingen in de certificaathouders-structuur moeten daarom met uw fiscalist worden afgestemd.